NB fietsen of trainen

Ga je fietsen of ga je trainen?

Vroeg of laat komt de vraag een keer. Je bent al een tijdje lekker aan het fietsen op je racefiets en geniet er erg van: lekker sporten in de buitenlucht. De wind door je haar. Je bent superenthousiast en vertelt iedereen die het horen wil hoe leuk het is. 

En dan, op een ochtend bij het koffiezetapparaat, komt-ie. 

“Ga je mee met ons de …. fietsen?” (Op de puntjes staat dan de Alpe d’huez, de Tour for Life, of een andere hoge berg zoals de Ventoux. Vaak voor een goed doel beklommen. En dus heb je voor je het weet, ja gezegd. 

Eenmaal terug achter je bureau heb je al spijt. Maar je wilt niet op je antwoord terugkomen. Dat is je eer te na. En bovendien… die bergen lonken ook wel. Het is wel een uitdaging. Dit is misschien wel een goede stok achter de deur om de volgende stap te gaan zetten op die fijne racefiets van je. 

’s Avonds kruip je achter de computer. Om eens te kijken wat je moet doen voor een goede voorbereiding. Je leest:

Om mee te kunnen doen aan de Tour for Life moet je minimaal 6000 kilometer hebben gefietst anders… 

OMG! De moed zakt in je schoenen. Hoeveel uur fietsen is dat wel niet? Daar heb je toch helemaal geen tijd voor naast je drukke baan? 

Maar weet je, dat hoeft ook niet… Het is natuurlijk prima om veel en vaak te fietsen (als je daar de tijd en energie voor hebt) maar het is zeker niet nodig. 

Het idee van veel kilometers maken komt uit het “oude wielrennen”zoals Maarten Ducrot dat altijd noemt op tv. Men deed het vroeger zo dus moet het altijd zo. Maar in het “nieuwe wielrennen” pakken we dat anders aan. En dan kun je in veel minder uren toch heel goed voorbereid aan de start van zo’n groot evenement verschijnen. 

Het verschil zit hem in fietsen of trainen: 

Denk eens terug aan die eerste keer, dat je een grote tocht van 100 kilometer ging maken. Je was al dagen of weken aan het voorbereiden. Wat moet ik aan, wat moet ik eten, wat als ik lek rijd…. Je ging regelmatig oefenen en wilde de afstand halen. 

Natuurlijk heb je het uiteindelijk gehaald! Dus nu je nog meer wilt gaan fietsen, lijkt het logisch om dan nog maar meer kilometers te gaan rijden. 

Dat kan natuurlijk. Je blijft “gewoon” kilometers maken in een voor jou prettig tempo. Vaak fiets je dan altijd in hetzelfde beentempo en met een constante hartslag, en dus word je daar beter in. Het gevaar is echter, dat je dus steeds hetzelfde doet. Daardoor wordt je lijf steeds minder uitgedaagd. Je kunt je op deze manier voorbereiden op een meerdaagse toch zoals de Tour for Life, maar dat duurt dan wel heel lang. Misschien zelfs wel meerdere jaren, waarin je steeds een beetje meer kilometers gaat maken en steeds een beetje meer hoogtemeters maakt. 

Maar…  het kan dus ook anders, slimmer en moderner. 

Maar hoe dan? 

Wielrennen is een duursport, waarbij je vooral je uithoudingsvermogen traint. Dat betekent, dat je je hart, longen en bloedvaten systeem meer traint en dat “brute” spierkracht van minder belang is. Je ziet dat ook wel aan een profpeloton: daarin fietsen weinig mannen rond die eruit zien als een bodybuilder 😉 

Om slim te trainen hoef je geen urenlange tochten te doen, maar zullen relatief korte trainingen van 1-2 uur volstaan. Daarbij is het belangrijk, dat je je lichaam elke keer weer nieuwe prikkels geeft. Bijvoorbeeld door te wisselen in beentempo, snelheid of kracht op de pedalen. 

Als je dan ook nog precies in de juiste intensiteit (duurzone) traint ga je nog sneller vooruit. 

In dit filmpje leg ik je dat heel uitvoerig uit:

Ook kun je gaan trainen op de dingen waar je nog niet zo goed in bent. 

Bijvoorbeeld beter leren dalen:

Vind je het klimmen geen enkel probleem maar zie je enorm op tegen de afdalingen? Dan moet je dat vooral aanpakken. Omdat je er zo tegenop ziet, geeft dat extra stress. Daardoor slaap je minder goed. Dat kost je zoveel energie dat je niet gaat genieten van deze tocht. Dus voor jou geldt dan:

Verbeter je daal capaciteiten. Je zou een daalclinic kunnen doen waarbij je veel meer controle krijgt over je fiets. Plan die ruim voor je grote dag, zodat je nog tijd hebt om het geleerde goed te oefenen. Als de afdalingen jou geen stress meer bezorgen gaat alles beter!

Of je goed voorbereiden qua voeding: 

Heb je al eens ervaren wat het betekent om een hongerklop te hebben? Dan weet je, dat dat echt geen pretje is. Iets wat je op zo’n belangrijke dag zeker niet wilt meemaken. Het heeft alles te maken met de energie die er in en er uit gaat, en hoe je dat dan ook weer effectief aanvult. Pannenkoeken stapelen tijdens het ontbijt (nog zo’n ritueel uit het “oude wielrennen”) heeft echt geen zin; daar heb je alleen maar last van op de grote dag. Maar hoe zorg je dan wel voor voldoende energie? Ook dat komt uitgebreid aan bod in het trainingsprogramma.

Of zelf je band leren vervangen:  

Ook tijdens een dergelijk evenement kan het natuurlijk zo zijn dat je pech hebt met je fiets. Wel zo handig als je dan weet, wat je moet doen. Ik leer je alle tips en tricks tijdens de cursus pech onderweg. Neem die collega’s van je maar mee. Die weten ook vast nog niet hoe je een band vervangt zonder bandenwippers. 😉

Wil je als eerste een nieuw artikel van Wielrenschool lezen? Meld je dan hier aan voor de nieuwsbrief

Deel het waar je kan...

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.